Navigatie overslaan

Slot

Zaal van de Verwondering

Wie vroeger na tien uur ’s avonds bij Coevorden aankwam, stond voor een dichte deur. Of liever gezegd, een dichte poort. De zogenaamde Bentheimerpoort is vanaf dat tijdstip afgesloten met dit grote ijzeren slot. De Bentheimerpoort wordt rond 1620 gebouwd en geeft vanuit het zuiden toegang tot de stad Coevorden. Iedereen die naar het noorden wil, moet door deze poort. Omdat Coevorden in die tijd de enige doorgang is tussen de ontoegankelijke Echtenervenen en het Bourtangerveen, is de kleine vestingstad een strategisch bolwerk. Wie de controle heeft over Coevorden, heeft de macht over het noorden. Daarom wordt de stad vaak belegerd, veroverd en verwoest. Geschiedschrijver Johan Picardt schrijft in 1660: ‘Daer en is geen Stad, geen Vleck, geen Casteel binnen de kreyts van alle Vereenigde Nederlanden, die meer belegeringen, uytplonderingen, innemingen, verbrandingen en verwoestingen uytgestaan heeft als Covorden.’ Omdat het zo strategisch ligt, wordt Coevorden steeds weer opgebouwd. Als het na jaren van oorlog eindelijk rustig wordt in Drenthe, is de Bentheimerpoort overbodig. In 1870 begint de sloop van de poort. Het slot van de poort wordt in de Kleine Vecht gegooid. Zo’n vijftig jaar later komt het slot weer boven water en belandt in het Drents Museum. 

Vervaardigingsperiode circa 1701 - 1870
Materiaal IJzer (metaal)
Creditline Collectie Drents Museum